Spel in relatie tot de cognitieve-, executieve functies en metacognitie

265,00

“Wat een onzin er moet toch geleerd worden”

Spel is er om te ontspannen, én om te ontwikkelen en te leren. Deze driedaagse training daagt ouders en professionals via twee invalshoeken uit meer spel(letjes) in te zetten in de dagelijkse praktijk: Een kind/jongere speelt. Dat vinden we vaak zo vanzelfsprekend dat we er zelden bij stilstaan wat een jeugdige mist als hij/zij niet of nauwelijks speelt. Wat weten we over de spelontwikkeling van een kind/jongere met een beperking[1]? Hoe verloopt deze ontwikkeling en op welke manieren kunnen we hun spelgedrag stimuleren?

StiBCO pijl

Description

Spel(en) in relatie tot de cognitieve functies, executieve functies en metacognitie [bron titel] Onder andere dr. Christine Hessels-Schlatter geeft aan dat het mogelijk is via spelmateriaal o.a. (meta)cognitieve, executieve en sociale vaardigheden bij kinderen/pubers te ontwikkelen. Spelmateriaal biedt hiertoe een toegankelijke en betekenisvolle ingang. Bijkomend voordeel is dat kinderen en jongeren de vaardigheden die ze leren tijdens spel ook kunnen toepassen op veel andere terreinen w.o. het onderwijs (metacognitie en transfer). [1] In deze training worden zowel kinderen met leer- en/of gedragsproblemen bedoeld als verstandelijke en lichamelijke beperkten. Vragen die onder meer aan de orde komen bij de eerste invalshoek:

  • Welke spelvormen treffen we aan bij kinderen/pubers met een beperking of een ontwikkelingsachterstand?
  • Hoe kunnen we deze spelvormen verder ontwikkelen ten behoeve van specifieke andere (cognitieve-, executieve-, sociale- en gedrags-) vaardigheden?
  • Bemoeilijkt een bepaalde beperking de spontane ontwikkeling van specifieke spelvormen?
  • Als een kind met een beperking minder of op een veel lager niveau speelt, dan gezien zijn verdere ontwikkeling verwacht zou mogen worden, kunnen die spelvaardigheden dan geoefend worden?
  • En als die spelvaardigheden geoefend kunnen worden, kan het kind dan ook kan profiteren van de positieve ontwikkelingsmogelijkheden die meer ontplooid spel biedt?

Vragen die onder meer aan de orde komen bij de tweede invalshoek:

  • Welk spelmateriaal is geschikt en hoe kunnen cognitieve spelsessies ingericht worden?
  • Welk spelmateriaal/games kunnen we inzetten om de cognitieve en executieve functies van kinderen/pubers te ontwikkelen t.b.v. schoolse vaardigheden?
  • Waar doet het spelmateriaal cognitief en sociaal een beroep op en sluit dit aan bij het kind/puber?
  • Hoe brengen we via spel het metacognitieve proces opgang (transfer), zodat de tijdens het spel geleerde vaardigheden op een veelheid van terreinen w.o. onderwijs toegepast kan worden?
  • Wat kan spel(en) betekenen voor de kinderen/pubers met een concentratie en/of gedragsprobleem?

Doel van de training Het inzicht in hoe jeugdigen met en zonder beperkingen spelen en op welke manier ze hierbij begeleid kunnen worden vergroten. Enerzijds wordt een overzicht van de verschillende theoretische invalshoeken omtrent spel(en) besproken. Anderzijds worden praktische handvatten en tips gegeven. Handvatten en tips m.b.t. het spelen met een kind/puber, het kiezen van passend spel bij een bepaald ontwikkelingsniveau en het analyseren van spel t.b.v. het stimuleren van de (meta)cognitieve vaardigheden. Ook wordt stevig geïnvesteerd in het overstijgen (transfer) van het geleerde en de toepasbaarheid in andere situaties. Dit alles, zodat begeleiders[2] hun (spel)interventies zo adequaat mogelijk kunnen laten aansluiten bij de ontwikkelbehoefte van het kind/de jongere [2] Als er in deze training gesproken wordt over de begeleider of de begeleiders van het kind, dan worden hiermee zowel ouders, opvoeders als professionals (onder andere leerkrachten) bedoeld. Spel, onderwijs we krijgen het speelse er wel uit StiBCO Relatie met Mediërend Leren In de training worden de volgende vragen beantwoordt:

  1. Gebruik je spel in plaats van ontwikkelmateriaal, waarom?
  2. Welk spel, spelen of game kies je dan?
  3. Hoe analyseer je het spelmateriaal t.b.v. de ontwikkeling van het kind/de jongere?
  4. Welke mediërende interactie past het beste bij het kind/de jongere en het spel?
  5. Welke cognitieve functie(s) en/of executieve functie(s) kan ik m.b.v. een bepaald spel worden geoefend?
  6. Welke resultaten zie je, welke parameters cq evaluatieparameters hanteer je?
  7. Hoe hou je de groei van de cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling bij?

Doelgroep Deze training is zowel bedoeld voor ouders als voor professionals (RT-ers, docenten, spelbegeleiders, IB-ers, pedagogische medewerkers, klassenassistenten, lerarenbegeleiders, pedagogische thuisbegeleiders etc.).   Doel van de training Het inzicht in hoe jeugdigen met en zonder beperkingen spelen en op welke manier ze hierbij begeleid kunnen worden vergroten. Enerzijds wordt een overzicht van de verschillende theoretische invalshoeken omtrent spel(en) besproken. Anderzijds worden praktische handvatten en tips gegeven. Handvatten en tips m.b.t. het spelen met een kind/puber, het kiezen van passend spel bij een bepaald ontwikkelingsniveau en het analyseren van spel t.b.v. het stimuleren van de (meta)cognitieve vaardigheden. Ook wordt stevig geïnvesteerd in het overstijgen (transfer) van het geleerde en de toepasbaarheid in andere situaties.

Programma

Dag 1

  • Kennismaken en bespreken van de wederzijdse verwachtingen over de training
  • Bespreken van het programma en de reader
  • Wat verstaan we onder spel en spelen, welke betekenis geven we eraan?
  • Welk speelgoed, game of spel vond je leuk en vind je nu leuk? Wat vonden wij leuk aan spel?

Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 1:

  • Definitie van spel en spel bevordert …………
  • Enkele theoretici over spel ontwikkeling, in het bijzonder Piaget en Vygotsky
  • Uitgangspunten van de spelontwikkeling
  • Belemmeringen bij spelontwikkeling van kinderen en jongeren
  • Problemen bij de spelontwikkeling van kinderen/jongeren met leer- en gedragsproblemen en bij meervoudig gehandicapte kinderen/jongeren
  • Begeleiders/ouders en de vicieuze cirkel van weinig spelen/beperkt spelgedrag
  • Spelontwikkeling in de 4 spelcategorieën van Hellendoorn
  • Introductie van 2 observatiemiddelen; SOS en OSK

Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 2:

  • Spel in relatie tot cognitieve functies, executieve functies en metacognitie
  • Introductie van de cognitieve kaart: een tool om spelmateriaal te analyseren
  • Analyse van het spelmateriaal op de volgende items:
  • Op welke cognitieve functies doet het spel/taak/de activiteit een beroep?
  • Bereid voor op/ondersteunt bij de volgende schoolvakken/activiteiten/taken door:
    • Hoe ter plekke cognitief makkelijker/eenvoudiger te maken?
    • Hoe ter plekke cognitief moeilijker/complexer te maken?
    • Mogelijke transfer/veralgemenisering naar (waar, wanneer en hoe zien we het terug?)

Huiswerk:

  • T.b.v. invalshoek 1: Maak een video van een spelend kind/puber binnen eigen opvoed-, werksituatie en analyseer de beelden m.b.v. de SOS en/of OSK (facultatief)
  • T.b.v. invalshoek 2: Maak een spelanalyse m.b.v. de cognitieve kaart
  • Praktisch oefenen met het geleerde, formuleren van de eigen leerpunten, definiëren verwachtingen voor de 2e en 3e trainingsdag.

Dag 2 Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 1:

  • Het aantal video’s inventariseren en presentaties van de video’s.
  • Verschillende interventies en begeleidingsvormen bij spel

Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 2:

  • Bespreken van de cognitieve kaart als analysemethodiek
  • Analyseren van spelmateriaal m.b.v. de acht parameters van de cognitieve kaart. Welke cognitieve functie(s), sociaal en/of emotionele functies kan je m.b.v. een bepaald spel het beste oefenen
  • Uitleggen wat je met het materiaal zou willen doen met wie
  • Breidt de lijst zelf uit met materiaal uit je lokaal of van thuis
  • Geef eens aan hoe je het kind/de jongere wilt begeleiden met het speelgoed/spel
  • Waar ga je op letten als je observeert?
  • Welke parameters cq evaluatieparameters hanteren we om de spel en cognitieve ontwikkeling bij te houden?

Huiswerk:

  • T.b.v. invalshoek 1: Maak een video van een spelend kind/puber binnen eigen opvoed-, werksituatie en analyseer m.b.v. de SOS en/of OSK (facultatief)
  • T.b.v. invalshoek 2: Maak een spelanalyse m.b.v. de cognitieve kaart en voer a.d.h.v. je cognitieve kaart een interventie uit met je eigen kinderen/jongeren. Evalueer je interventie en reflecteer. Ben je tevreden over je mogelijke interventie? Wat zou je anders willen doen  leerpunt?
  • Wat zie je terug van het geleerde tijdens het spelen op andere terreinen (transfer)?
  • Praktisch oefenen met het geleerde, formuleren eigen leerpunten, definiëren verwachtingen voor de 3e trainingsdag.

Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 1:

  • Het aantal video’s inventariseren en presentaties van de video’s.
  • Bekijken van andere observaties methodieken m.b.t. spel en cognitieve ontwikkeling
  • De speelwerelden en spelvormen van Vermeer, Vedder en Parten
  • Tips voor het spelen met kinderen/pubers met een beperking

Theorie en praktijk m.b.t. invalshoek 2:

  • Presentatie van de geanalyseerde spelen m.b.v. de cognitieve kaart
  • Tips voor het aanschaffen van speelgoed en spelen

Afronding en evaluatie van de training.  

Praktische informatie

Trainingsgegevens

  • 31 oktober 2020
  • 14 november 2020
  • 28 november 2020

Tijden: 9.30 uur tot en met 15.00 uur
Prijs: € 265,– (inclusief cursusmateriaal en reader)
Locatie: Bij Everts, Julianastraat 4 2411 CV Bodegraven
Certificaat: bij 80% aanwezigheid en uitvoering van de (huiswerk)opdrachten
Trainers: Floor van Loo en Emiel van Doorn

Trainer

Emiel van Doorn Praktijkmens+een stevig theoretisch onderbouwd. Ik begeleid mensen met ontwikkelingsachterstand/voorsprong, die onvoldoende cognitief+sociaal uitgedaagd worden. Emiel van Doorn, MISC-trainer, IVP trainer, ontwikkelaar van het concept Mediërend Leren en als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek www.stibco.nl