• Geef een kind de tijd om zijn.png
  • sl-01.jpg
  • sl-021.jpg
  • sl-031.jpg
  • sl-041.jpg

De Zone van de Naaste Ontwikkeling (ZNO)

Heb je hoge verwachtingen
of
ben je tevreden met wat het kind/de jongere nu kan?

ZNO 2 pijlen

Contextualisme en sociaal constructivisme
Binnen de ontwikkelingspsychologie zijn meerdere wereldbeelden en mensvisies te onderscheiden. Mediërend Leren vindt aansluiting bij het contextualisme. Binnen het contextualisme wordt ervan uitgegaan dat de context (of de omgeving) waarin iets of iemand zich bevindt of iets tot stand is gekomen, van beslissende invloed op die- of datgene is. Deze omgeving en de bijbehorende sociale processen zijn binnen Mediërend Leren dan ook van essentiële betekenis voor de ontwikkeling van een mens.

Daarmee schaart Mediërend Leren zich onder de leertheorie van het sociaalconstructivisme: ‘Kennis wordt door ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd, waarbij hij of zij sterk wordt beïnvloed door de reacties en opvattingen in de sociale omgeving.’ Bij Mediërend Leren wordt er door opvoeder en individu samen gekeken naar wat goed voor hem is in plaats van dat de opvoeder voor het individu besluit wat goed voor hem is.

De twee zones van Vygotsky en de toegevoegde derde zone
Een belangrijke wetenschapper binnen zowel het contextualisme als binnen het sociaalconstructivisme is Lev Vygotsky (1896-1934). Hij was van mening dat: ‘De betekenis van een ontwikkelingsfeit afhankelijk is van het geheel aan contexten waarin dit feit zich voordoet: de persoon zelf, zijn verleden en toekomst, de omringende cultuur, de historische omstandigheden en zelfs de biologische evolutie van de menselijke soort’.
Vygotsky hield zich voornamelijk bezig met cultuuroverdracht en ontwikkelde een cultuurhistorische theorie. Onder cultuuroverdracht verstond hij de wijze waarop kennis, vaardigheden en ervaringen van volwassenen worden overgedragen aan kinderen. Deze cultuuroverdracht noemde hij mediatie. Een geslaagde cultuuroverdracht is essentieel voor de ontwikkeling van een individu.
Vygotsky ontkende het belang van de intrinsieke (wens tot) ontwikkeling van een mens niet en nam dit mee in zijn theorieën. Hij was er echter van overtuigd dat het niveau van functioneren van een individu niet uitsluitend wordt bepaald door de aangeboren intelligentie, maar ook door de mate waarin deze aangeboren mogelijkheden geactualiseerd zijn. Carl Haywood wijst erop dat niemand alle aangeboren mogelijkheden aanspreekt en actualiseert. Daardoor is het bij iedereen mogelijk het functioneringsniveau te verhogen, ook al zijn de aangeboren mogelijkheden minimaal. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van de mate waarin het individu beschikt over en gebruik leert te maken van zijn cognitieve vaardigheden. Hoe meer dit het geval is, des te meer aangeboren mogelijkheden geactualiseerd worden en des te hoger het niveau van functioneren is. Het individu is hiervoor afhankelijk van zijn sociale omgeving.

Vygotsky veronderstelde dat de (cognitieve) ontwikkeling van een individu plaatsvindt in de sociale context en legde de nadruk op de begeleidende rol van de volwassenen. Mensen, in het bijzonder kinderen, doen geen ontdekkingen die geheel nieuw zijn, maar doen ontdekkingen die al bekend zijn bij anderen. Opvoeders kunnen de ander helpen de kloof te overbruggen tussen wat hij op een bepaald moment zelf kan en waar hij, weliswaar met hulp, toe in staat is. Tegen deze achtergrond heeft Vygotsky de term ‘Zone van de Naaste Ontwikkeling’ geïntroduceerd. Deze zone heeft betrekking op de potentiële leermogelijkheden van een individu.
Vygotsky benoemde twee zones: de Zone van de Actuele Ontwikkeling, de Zone van de Naaste Ontwikkeling. Emiel van Doorn heeft op basis van de theorieën van Giddens de derde zone toegevoegd; de Zone van het Ontologische Veiligheidssysteem.

Bron: Basisboek Mediërend Leren  Floor van Loo en Emiel van Doorn, Hoofdstuk 4, isbn 91-894-6105-313-8
ZNO 3 fasen

 
Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com